vaan

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een klein vaandel, meestal driehoekig van vorm
  2. ijzeren windwijzer

Etymologie

* vanaf 1170

Uitdrukkingen

  • een vaantje strijkenoverlijden
  • het vaan van de opstand planteneen opstand beginnen
  • loop naar de vaantjesverwensing "hoepel op"

Vertalingen

Engelsbanner, vane
Spaansbandera, estandarte