vaatplanten
/ˈvatplɑntə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stam of afdeling , landplanten met vatenbundels om water te transporterenWe wisten dat die eerste vaatplanten in het Siluur zijn ontstaan, dus het is heel mooi dat we daar nu sporen van hebben teruggevonden.
Etymologie
*vaatplant met uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek