vaccineer
Wat is de betekenis van vaccineer?
vaccineer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaccineren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaccineren
- gebiedende wijs van vaccineren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaccineren
Voorbeelden van "vaccineer" in een zin
- Ik vaccineer.
- Vaccineer!
- Vaccineer je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek