vaccineer

Wat is de betekenis van vaccineer?

vaccineer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaccineren

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaccineren
  2. gebiedende wijs van vaccineren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaccineren

Voorbeelden van "vaccineer" in een zin

  • Ik vaccineer.
  • Vaccineer!
  • Vaccineer je?