vakantieganger

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Iemand die op vakantie gaat.
    In de steden Parijs, Londen en Amsterdam zie je veel vakantiegangers
    De meeste vakantiegangers nemen de Autoroute du Soleil, een ongezellige snelweg met irritante tolpoorten en karakterloze wegrestaurants.
    Veel vakantiegangers weten nog steeds niet of hun vlucht vanaf Schiphol binnenkort doorgaat.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van vakantie en gang