valideren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. absol, formeel, verouderd (absol), (formeel), (verouderd) geldig, van kracht zijn
  2. absol, formeel, verouderd (absol), (formeel), (verouderd) in rekening gebracht worden
  3. absol, verouderd (absol), (verouderd) dezelfde valentie hebben
  4. ov (ov) geldend maken, geldig verklaren
  5. ov (ov) in rekening brengen
  6. ov (ov) de geldigheid, validiteit beoordelen van (een toets, procedure enz.)

Etymologie

*afgeleid van het Franse valider ()

Vertalingen

Engelsbe valid
Fransvalider