vandaan

/vɑnˈdan/

Betekenis

bijwoord
  1. voorzetselbijwoord: weg van
    Ga bij dat raam vandaan!
    Waar kom je vandaan?
    Die 18-jarige Goldie had helemaal gelijk, waarom kon ik niet gewoon van het moment genieten? Waar kwam die onrust toch vandaan? Ik sjokte verder en zag de rivier af en toe ver onder mij in de kloof liggen.