vast

vɑst

Wat is de betekenis van vast?

vast betekent: aan een bepaalde plek gebonden, niet zomaar beweeglijk of verplaatsbaar

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. aan een bepaalde plek gebonden, niet zomaar beweeglijk of verplaatsbaar
  2. natuurkunde_in_het_nederlands, scheikunde_in_het_nederlands stevig [1], niet zomaar van vorm veranderend, niet fluïde
  3. woorden met artikelreferenties, woorden met boekreferenties permanent
  4. thermodynamica_in_het_nederlands kristallijn of amorf
bijwoord
  1. niet los, stevig bevestigd
  2. niet los te krijgen, muurvast
  3. woorden met boekreferenties hoogstwaarschijnlijk
werkwoord
  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vasten
  2. gebiedende wijs van vasten

Voorbeelden van "vast" in een zin

  • De kast heeft vaste planken.
  • De vaste verbinding moest met een zaag weer losgemaakt worden.
  • Een vaste stof.
  • Er is een vaste oeververbinding, zodat auto's makkelijk op en neer kunnen rijden.
  • IJs is de vaste vorm van water.

Etymologie

In de betekenis van ‘niet beweeglijk, zeker, blijvend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Vertalingen

Engelsfirm, stuck, probably, fixed
Spaansfijo, fijamente, probable
Duitshöchstwahrscheinlich