vast
vɑst
Wat is de betekenis van vast?
vast betekent: aan een bepaalde plek gebonden, niet zomaar beweeglijk of verplaatsbaar
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- aan een bepaalde plek gebonden, niet zomaar beweeglijk of verplaatsbaar
- stevig [1], niet zomaar van vorm veranderend, niet fluïde
- permanent
- kristallijn of amorf
bijwoord
- niet los, stevig bevestigd
- niet los te krijgen, muurvast
- hoogstwaarschijnlijk
werkwoord
- enkelvoud tegenwoordige tijd van vasten
- gebiedende wijs van vasten
Voorbeelden van "vast" in een zin
- De kast heeft vaste planken.
- De vaste verbinding moest met een zaag weer losgemaakt worden.
- Een vaste stof.
- Er is een vaste oeververbinding, zodat auto's makkelijk op en neer kunnen rijden.
- IJs is de vaste vorm van water.
Etymologie
In de betekenis van ‘niet beweeglijk, zeker, blijvend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Vertalingen
Engelsfirm, stuck, probably, fixed
Spaansfijo, fijamente, probable
Duitshöchstwahrscheinlich
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek