woorden
boek
Start
›
V
›
vastgoedfraudeur
vastgoedfraudeur
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
fraudeur die vastgoedfraude pleegt
Verwante woorden
vast
vastbakken
vastbakt
vastbeet
vastbenoemd
vastbenoemde
vastberaden
vastberadenheid
vastbesloten
vastbeslotenheid
vastbijt
vastbijten
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← vastgoedfraude
vastgoedfraudezaak →