vastliep

Wat is de betekenis van vastliep?

vastliep betekent: enkelvoud verleden tijd van vastlopen

Betekenis

werkwoord
  1. enkelvoud verleden tijd van vastlopen

Voorbeelden van "vastliep" in een zin

  • ... dat ik vastliep.
  • ... dat jij vastliep.

Veelgestelde vragen over vastliep

Wat is de betekenis van vastliep?

vastliep betekent: enkelvoud verleden tijd van vastlopen

Hoe gebruik je vastliep in een zin?

Voorbeeld: “... dat ik vastliep.