vat
onzijdig (het)/vɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) ronde ton waar allerhande vloeistoffen in opgeslagen worden
- (eenheid) standaard inhoudsmaat voor ruwe aardolie of bier: 1 vat aardolie = 159 liter
- (anatomie) ader
zelfstandig naamwoord
- aangrijpingspunt waaraan een voorwerp kan worden vastgepakt
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "vat", op te vatten als afgeleid van "vatten" zonder achtervoegsel "-en", in de betekenis van ‘greep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1451
Uitdrukkingen
- Wat in het vat zit, verzuurt niet. — Iets wat op de juiste manier wordt bewaard, blijft in goede staat / Er is geen haast bij
- geen vat krijgen op
Vertalingen
Engelsbarrel, oil barrel, vessel
Franstonneau, baril, veine
DuitsFass, Barrel, Gefäß
Spaansbarril
Italiaansbarile
Portugeesbarril
Russischбочка, баррель, сосуд
Chinees笔胆
Japansバレル
Koreaans총신
Turksnamlu
Poolsbeczka, naczynie
Zweedsfat
Deenstønde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek