veest

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheet, gasontlading uit de darm

Etymologie

*(erfwoord): Middelnederlands veest, volksetymologisch beïnvloed door scēte ‘scheet’, uit de nevenvorm vijste, ontwikkeld uit Oergermaans *fīsti- ‘buikwind, scheet’, dentaal-afleiding van het werkwoord *fīsan- ‘een wind laten’ (waaruit Mndl. vesen ‘fluisteren’), bij Indo-Europees *(s)peis- ‘blazen’, waartoe ook Latijn spirāre ‘blazen, ademen’, Servo-Kroatisch pȉskati ‘fluiten’ en Litouws pyškė́ti ‘klikken, kraken, snappen’ behoren. Evenals Nederduits Fiest, Duits gewest. Fist, Feist ‘zachte (geluidloze) buikwind’ en Fries fyst.

Vertalingen

Engelsfart
Franspet, vesse
DuitsFurz