ventster
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die goederen huis-aan-huis verkooptHet vuur was bijna gedoofd; de oude ventster sliep, haar voeten onder de sjaals en lompen gestopt, zo dicht mogelijk bij het vuur gezeten.Het was al na Samhain, toen er een ventster naar het kasteel kwam.
Etymologie
* afleiding van van venten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek