vent
mannelijk (de)/vɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kerel, man (wordt zowel positieve als in negatieve zin gebruikt)Een toffe gozer, een jofele vent.Nee, die man van mij, dat is een eitje, een vent van niks!Ik dacht bij mezelf dat je naar die vent was teruggegaan.
- (regionaal in Vlaanderen) gecastreerde ezelMaar ze vergeten ondertussen wel dat “vent” oorspronkelijk “gecastreerde ezel” betekent.
zelfstandig naamwoord
- opening waardoor lucht een afgesloten ruimte in of uit kan stromenIn de periode van 23 tot en met 27 augustus 2007 waren er verhoogde acrylonitril (AN)-metingen rond de trein (fabriek) 4 en 5 bij het SNP tankenpark bij Dow in Terneuzen142. Dit bleek te wijten aan een lekkende ERV-pakking van voedingstank 2TV-417 en een defecte N2 PCV van de 4VE430-tank van trein 4 die continue N2 aan het suppleren was met als gevolg dat niet alle vents naar de fornuizen gingen, maar dat een deel ook naar buiten ontluchtte.
Etymologie
*[C] "venten" zonder de uitgang -en
Uitdrukkingen
- een boom van een vent
Vertalingen
Engelsbloke, guy, fellow
Fransmec
DuitsKerl
Spaanstío, tipo, gachó
Russischчувак
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek