verdenking
vrouwelijk (de)/vərˈdɛŋkɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vermoeden van het uitvoeren van een (strafbaar) feitBij de supermarkt aan de Iepenlaan in Woerden heeft de politie maandagochtend een 17-jarige jongen uit Litouwen aangehouden op verdenking van diefstal van boodschappen met een winkelwaarde van € 57,-. De dief wilde die morgen rond tien uur een winkelwagen vol boodschappen zonder te betalen de winkel uitloodsen. Reformatorisch Dagblad 09-12-2008 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/achtervolging-jeugdige-winkeldief-in-woerden-1.1317129 Achtervolging jeugdige winkeldief in Woerden]
- het vermoeden van iets
Etymologie
*Naamwoord van handeling van verdenken .
Vertalingen
Engelssuspicion
Franssoupçon, suspicion
DuitsVerdacht
Spaanssospecha
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek