verdiepen

/vərˈdipə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) dieper maken
  2. refl (refl) zich ~ in: ernstig nadenken over
    Hij had zich in het probleem verdiept.
    `Van Sinterklaas tot Sintemaarten' is bestemd voor Nederland en Vlaanderen. Wij hopen van harte dat het boek, mede door de grote toewijding waarmee Otto Dicke het heeft geïllustreerd, met vreugde gebruikt zal worden. Niet alleen voor de jeugd, in gezin en school, maar ook door alleenstaanden en zieken. Kortom: allen die zich willen verdiepen in de 'feestelijke' kant van het leven.

Etymologie

*Afgeleid van diep of afgeleid van diepen

Vertalingen

Engelsdeepen, go into
Franscreuser, approfondir, se plonger (dans)
Duitsvertiefen, sich vertiefen (in)
Spaansahondar, profundizar, absorberse