vetschort

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vetweefsel dat in de buikwand zit
    In Paradijskleier toont de cabaretière zonder gêne haar lillende armspieren en rollende vetschort: een mooi staaltje exhibitionisme, druipend van de zelfspot. Want hoezeer ze het thema van het ouder worden ook ernstig neemt, ze schatert steevast om zichzelf en haar medemens.
  2. buikvliesplooi waarin vetweefsel zit
    Niet alleen werden de tumoren verwijderd, maar noodgedwongen ook allerlei organen. Sylvia somt op: "Tijdens een zeventien uur durende operatie zijn mijn eierstokken, baarmoeder, milt, galblaas, blinde darm en vetschort verwijderd. Daarnaast is mijn middenrif, mijn maag en een stukje van mijn lever gestript en zijn er stukken van mijn darm weggehaald."