Vleer
mannelijk/vrouwelijk (de)/vler/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) lichaamsdeel in de vorm van een beweeglijk vlak dat paarsgewijs links en rechts aan de romp van vliegende dieren zit
- (plantkunde) (verouderd) benaming voor heesters uit het geslacht
Etymologie
*(verkorting) van "vleder"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek