vleesras
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dieren die gehouden worden voor de vleesproductieDe Ierse veehouder Malachy Tighe heeft er honderd; donkerbruine exemplaren van het vleesras Aberdeen Angus. Minstens acht maanden per jaar grazen de runderen buiten hun kostje bij elkaar. Alleen in de winter, als de wind te guur is en de temperatuur zo laag dat het gras niet groeit, staan ze op stal.Agrariër Harry Hutten uit Geesteren heeft sinds zaterdag een kampioensstier op stal. Het is de 3-jarige Guus van het Veldzicht, de dagkampioen van de nationale keuring van het vleesras verbeterd roodbont in Mariënheem.Hij fokt Belgisch witblauw. „Dat is ’s werelds beste vleesras. Slagers kicken erop. Hoe meer biefstuk eraan zit, hoe beter.”
Vertalingen
Engelsanimals for slaughter, beef breed, meat-type breed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek