vleessaus

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvlesɑus/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) met dierlijk spierweefsel bereid traag vloeibaar voedsel, vaak als toevoeging aan een gerecht op basis van graan of groente, saus waar vlees in zit
    Vleessaus was toch het lekkerste, maccaroni met vleessaus en knoflook!
  2. voeding (voeding) toevoeging in traag vloeibare vorm die de smaak van bereid dierlijk spierweefsel verhoogt, saus om op vlees te doen
    Ik keek er danig van op dat de levertjes apart in een vettige, onsmakelijke vleessaus van ondefinieerbare herkomst met champignons en rode paprikasliertjes op tafel kwamen.