vleet
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- netten waarmee haring gevangen wordt
- (kraakbeenvissen) een vis uit de familie die voorkomt in het noordoosten en het oosten van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse ZeeRoggen en haaien zijn bedreigd, onder meer door intensieve visserij. Ook de aanleg van de Deltawerken en de Afsluitdijk hebben de soorten geen goed gedaan. Stekelroggen staan er iets beter voor. Daarom is het relatief makkelijk om eitjes te krijgen voor het onderzoek. „Als het proefproject succesvol is willen we werken met meer zeldzame soorten, zoals de vleet en de blonde rog”, aldus het WNF.de Telegraaf 14 okt. 2017
Etymologie
* In de betekenis van ‘net’ voor het eerst aangetroffen in 1535
Uitdrukkingen
- iets bij de vleet hebben — ergens heel veel van hebben
Vertalingen
Engelsherring-net, blue skate
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek