vlies
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dunne laag op een oppervlakDe geur van groene zeep, het geknetter van het verse en harsrijke brandhout in de speksteenkachel en het vliesje ijs op de pis waren dus een reinigingsbad voor zijn ziel, een verheven herinnering aan hoeveel hij aan God te danken had.
- dun flexibel scheidingsvlakBij de geboorte breken de vliezen.
- afgestroopte huid met haar van een dierJason en de Argonauten gingen op zoek naar het Gulden Vlies.
Etymologie
*van *fleusa, vgl. fleos > : fleece.
Vertalingen
Engelsfilm, membrane, fleece
Franspellicule
DuitsFilm
Spaanspelícula, vellón, membrana
Italiaanspellicola
Zweedsfilm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek