voelhoren
mannelijk (de)/ˈvulhorə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een langgerekt, gewoonlijk geleed, uitwendig orgaan op de kop van een insect dat zintuigen voor de tastzin of soms ook voor gehoor of smaak bevat
Vertalingen
Engelsfeeler, antenna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek