voet
mannelijk (de)/vut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) voortzetting van het been beneden de enkel; lichaamsdeel waar een mens en dier op staanIk heb mijn voet verzwikt.Ik zag een voet die geen tenen had.Haar vader beende de kamer in, met zijn grote voet schopte hij een Vogue onder het bed.
- (figuurlijk), (geologie), (bouwkunde) de onderkant van een natuurlijke verhoging (zoals een berg of heuvel) of kunstmatige verhoging (zoals bijvoorbeeld een toren)Bij het zwembad ontstond commotie en iedereen begon te speculeren: ‘Zou de brand zijn aangestoken door een van de hikers?’ ’Kunnen we morgen wel richting Kennedy Meadows lopen?’ ‘Is er een alternatieve looproute?’ Het legendarische Kennedy Meadows lag nog maar vier dagen voor me, een kleine, verlaten nederzetting aan de voet van de High Sierra’s.We stonden aan de voet van de berg.
- (eenheid), (verouderd) oude lengtemaat, de exacte lengte is streekafhankelijk, bijvoorbeeld de Engelse voet is 0,3048 meter, de Amsterdamse voet was 0,283 meter
- (eenheid), (verouderd) oude oppervlaktemaat, de exacte lengte is streekafhankelijk
- (metonymisch) afdruk van een voet [1]
- (economie) basis op grond waarvan iets berekend of bepaald wordt (ruilvoet)
- (techniek), (gereedschap) basis, onderstuk, voetstuk
Etymologie
: : "πούς", "ποδ-" (m)
Uitdrukkingen
- over de eigen voeten struikelen
- Voet aan wal zetten. — Aan wal gaan.
- Voet bij stuk houden — niet toegeven, bij de eigen ideeën blijven
- Aan de voeten van Gamaliël zitten — aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft
- Geen voet buiten de deur zetten — Niet uitgaan
- Goed uit de voeten kunnen met — goed kunnen omgaan met
- Iemand de voet dwars zetten — tegenwerken
- Iemand de voet kussen — erg onderdanig naar iemand doen
Vertalingen
Engelsfoot, foot, foot
Franspied, pied, pied
DuitsFuß, Fuß
Spaanspie
Italiaanspiede, piede
Portugeespé
Japans足
Koreaans발
Turksayak
Poolsstopa, stopa
Zweedsfot
Deensfod
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek