voetganger

mannelijk (de)/ˈvutxɑŋər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) iemand die zich te voet door het verkeer verplaatst
    Er is recentelijk weer een voetganger aangereden.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van voet en gang

Vertalingen

Engelspedestrian
Franspiéton
DuitsFußgänger
Spaanspeatón
Italiaanspedone
Poolspieszy
Zweedsfotgängare