vogelhuis
onzijdig (het)/ˈvoɣəlˌhœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- door mensen gemaakte plaats waar vogels kunnen nestelen
- groter bouwwerk waarin worden gehoudenOok kan een bezoek worden gebracht aan de keukens van o.a. het reptielenhuis, vogelhuis en het kleine zoogdierenhuis. NRC 15 april 1999
- (bedrijf) winkel die vogels verkoopt
- (figuurlijk) bedrijf waar tegen betaling seksuele diensten worden aangeboden
Etymologie
*van Middelnederlands "vogelhuus", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek