voorhebben

/ˈvorhɛbə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) van plan zijn, voornemens zijn om
    Hij is net op kostschool gedaan door zijn ouders, die het beste met hem voorhebben, ook omdat ze zelf al op hun veertiende van school moesten.
  2. ov (ov) geconfronteerd worden met, te maken krijgen met

Etymologie

*van Middelnederlands "vorehebben", op te vatten als

Vertalingen

Engelsintend, mean
Spaansintentar, proponerse