voorproef

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voorlopige test
    Hij kreeg een voorproefje van het nieuwe schoonmaakmiddel.
  2. voorbeeld
    Een versleten, opgezette zwarte beer was een voorproefje van wat me te wachten stond.

Vertalingen

Engelstaste
Fransavant-goût
DuitsVorgeschmack, Kostprobe
Spaansprueba