voorraad

mannelijk (de)/ˈvorat/

Wat is de betekenis van voorraad?

voorraad betekent: wat voor later gebruik wordt opgeslagen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wat voor later gebruik wordt opgeslagen

Voorbeelden van "voorraad" in een zin

  • Hij had genoeg voorraad om de winter door te komen.
  • Ik herken de winkel waar Lot eerder een nieuwe voorraad mueslirepen kocht.

Etymologie

*Uit het Duits of samenstelling van voor en raad (voorzorg)

Vertalingen

Engelsstock, supply
Fransapprovisionnement, provision, réserve
DuitsVorrat
Spaansexistencias, expediente, provisión