voorrijder
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die op het voorste paard zit van een groep paarden die een wagen of koets trektDe voorrijder kwam in beweging en de koets reed ratelend weg.
- iemand die op het voorste zadel van een tandem zitBorculoer A.H. Cornelissen (63) is onderscheiden voor zijn inzet op fiets/wielergebied. Hij geldt als medeoprichter van Toerfietsclub De Berkelrijders, en is onder meer nog mecanicien bij de Nederlandse damesselectie en voorrijder bij de tandems op het gebied van het aangepast sporten onder de vlag van de Koninklijke Nederlandse Wielersportbond.
- iemand die een groep fietsers lijdtWat de gemiddelde snelheid is tijdens het fietsen bepalen de deelnemers met de voorrijder, maar het maximale is 25 kilometer per uur.
Etymologie
* van voorrijden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek