vooruitzicht

onzijdig (het)/voˈrœytsɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datgene wat men redelijkerwijs te verwachten heeft in de naaste toekomst
    De economische vooruitzichten zijn een stuk zonniger dan voorheen.
    Toen de wapenstilstand ten slotte een aannemelijk vooruitzicht werd, begon de hoop het er levend af te brengen zelfs bij de grootste pessimisten post te vatten. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Maar het vooruitzicht om helemaal alleen daar boven te slapen joeg mij angst aan.
zelfstandig naamwoord
  1. uitzicht naar voren

Vertalingen

Spaansexpectación, expectativa, perspectiva