vordering

vrouwelijk (de)/vɔɾ.dǝ.ɾɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voortgang, vooruitgang, progressie
    Ik leunde tegen de rotswand en volgde gespannen zijn vorderingen.
  2. het opeisen van goederen of middelen
    In de loop van de Tweede Wereldoorlog werden de middelen van de door Duitsland veroverde gebieden systematisch uitgebuit door middel van roof, dwangarbeid, beroepsbelastingen en vordering.
  3. eis
    Het inspectierapport, dat onder meer concludeert dat er sprake is van financieel wanbeheer op de school, vormt de belangrijkste onderbouwing voor Slobs vordering dat het bestuur moet opstappen.

Etymologie

* van vorderen

Vertalingen

Engelsprogress, advance, demand
Fransprogrès, amélioration, réclamation
DuitsFortschritt, Fortgang, Entwicklung
Spaansprogreso, demanda, requisa
Italiaansprogresso
Portugeesprogresso
Russischпрогресс
Chinees进步
Japans進歩
Arabischتقدم