beslaglegging
vrouwelijk (de)/bəˈslɑxlɛɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gerechtelijke handeling waardoor iemand niet meer vrij over zijn eigendom kan beschikken
Etymologie
*afgeleid van beslag leggen
Vertalingen
Engelsrepossession, attachment, seizure
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek