vrezen

/ˈvrezə(n)/

Wat is de betekenis van vrezen?

vrezen betekent: (ov) bang zijn, angst hebben

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bang zijn, angst hebben

Voorbeelden van "vrezen" in een zin

  • Er wordt gevreesd dat het broeikaseffect ernstige gevolgen gaat hebben.
  • Ik kreeg het er benauwd van doordat ik vreesde dat de lijn er op elk moment weer mee kon stoppen.

Betekenis en uitleg van vrezen

Het woord 'vrezen' betekent dat je bang bent voor iets of iemand. Het drukt een gevoel van ongerustheid of angst uit over een mogelijke gebeurtenis of situatie.

Je gebruikt 'vrezen' vaak in situaties waarin je je zorgen maakt over de uitkomst van iets, bijvoorbeeld als je bang bent voor een negatieve afloop. Het woord heeft een nuance van anticipatie op iets onaangenaams, en kan zowel in persoonlijke als in bredere contexten worden gebruikt, zoals bij politieke of maatschappelijke ontwikkelingen.

Voorbeelden

  • Ze vreest dat ze haar sollicitatie niet zal halen door de sterke concurrentie.
  • De ouders vrezen voor de veiligheid van hun kinderen tijdens het festival.
  • Hij vreest dat het slecht weer zal zijn tijdens zijn geplande vakantie.

Woordoorsprong

Het woord 'vrezen' is afgeleid van het Oudnederlands 'vreesan', dat verwant is aan het Germaanse woord 'frithu', wat 'vrede' of 'veiligheid' betekent. Deze oorsprong benadrukt de tegenstrijdigheid tussen angst en een verlangen naar veiligheid.

Veelgestelde vragen over vrezen

Wat is de betekenis van vrezen?

vrezen betekent: (ov) bang zijn, angst hebben

Wat zijn synoniemen van vrezen?

Synoniemen van vrezen zijn: duchten.

Hoe gebruik je vrezen in een zin?

Voorbeeld: “Er wordt gevreesd dat het broeikaseffect ernstige gevolgen gaat hebben.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bang zijn voor’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Vertalingen

Engelsfear
Franscraindre, redouter
Duitsfürchten
Spaanstemer
Italiaanstemere
Portugeestemer, recear
Deensfrygte