vrijpostigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- te vrij in handelen en uiten met name als het gaat om seksueel grensoverschrijdend gedragBart De Wever had naar eigen zeggen verwacht dat Van Den Driessche opnieuw zou opduiken in het debat. Volgens hem verdiende Van Den Driessche een tweede kans. ‘Hij heeft zich toen geëxcuseerd om zijn vrijpostigheid en is toen door een zwarte periode gegaan’, zegt De Wever. ‘Hij werd toen met Dominique Strauss-Kahn vergeleken, die een verkrachter was’.Of Van Den Driessche een tweede kans verdient in een machtspositie? ‘Het publiek zal oordelen bij de verkiezingen’.de Standaard 11/NOVEMBER/2017 om 08:19 door adm, jvtMaar het mocht ook geen dubbele bodem krijgen, een knipoog naar de kijker, laat staan een subversieve omkering van de normen en waarden. Zoals in de melodrama’s van Douglas Sirk uit de jaren vijftig, die vrouwen strafte voor hun vrijpostigheid, meestal met een voortijdige dood, maar de zakdoekenbrigade toch in staat stelde zich aan zulk ongewenst gedrag te verlustigen.NRC Hans Beerekamp 12 februari 2016
- vrij in handelen en sprken, open en eerlijkIk hoop dat u mij de vrijpostigheid wilt toestaan, Majesteit, dat ik zonder dat u mij iets heeft gevraagd het woord tot u richt om u te complimenteren met uw kerstrede. U bent lang geleden in de wieg gelegd om thans als vleesgeworden symbool van de natie de eenheid en saamhorigheid te belichamen en ik wil graag geloven dat u het dit jaar moeilijker dan ooit heeft gevonden om het land in die geruststellende en bemoedigende rol toe te spreken.NRC Ilja Leonard Pfeijffer 29 december 2016
Etymologie
* afleiding van vrijpostig
Vertalingen
Engelsbrutality, rudeness, impudence
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek