onbeschoftheid

vrouwelijk (de)/ɔmbə'sxɔfthɛit/

Wat is de betekenis van onbeschoftheid?

onbeschoftheid betekent: grove, brutale, hinderlijke en beledigende handeling of uiting; een respectloze handeling

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grove, brutale, hinderlijke en beledigende handeling of uiting; een respectloze handeling

Voorbeelden van "onbeschoftheid" in een zin

  • Zo gewend zijn wij al aan de onbeschoftheid , de ongrondwettelijkheid, het onversneden racisme, de haat, de vuilspuiterij, dat we pas weer opveren als een buitenlandse verslaggever zich verwondert over de verlegde grenzen in het Nederlandse debat.Volkskrant Sheila Sitalsing 10 maart 2017
  • Waar in 2008 nog een kwart van de bevolking het gevoel had slecht behandeld te worden door personeel, was dat het afgelopen jaar nog maar 14 procent. Ook ervoeren minder Nederlanders onbeschoftheid door mensen op straat en overheidspersoneel. Het CBS doet de Veiligheidsmonitor jaarlijks in opdracht van het Ministerie van Justitie. Hiervoor houdt het bureau een grootschalige enquête onder tachtigduizend Nederlanders, waarin specifiek wordt gevraagd naar hun beleving van overlast en veiligheid.NRC Christiaan Paauwe 9 maart 2017

Betekenis en uitleg van onbeschoftheid

Onbeschoftheid verwijst naar gedrag dat als ongepast, onbeleefd of grof wordt ervaren. Het kan zich uiten in woorden of daden die de grenzen van fatsoen en respect overschrijden, vaak met een schokkende of kwetsende impact.

Je gebruikt het woord onbeschoftheid vaak als je iemand beschrijft die zich niet houdt aan de sociale normen van beleefdheid. Dit kan bijvoorbeeld in gesprekken, op het werk of in het openbaar gebeuren. Het heeft een negatieve connotatie en kan leiden tot conflicten of onbegrip tussen mensen.

Voorbeelden

  • Zijn onbeschoftheid tegenover de serveerster maakte de hele tafel ongemakkelijk.
  • Het was een blijk van onbeschoftheid om het gesprek te onderbreken zonder anderen uit te laten praten.
  • Haar onbeschoftheid tijdens de vergadering zorgde ervoor dat collega's zich niet meer vrij voelden om hun mening te geven.

Woordoorsprong

Het woord onbeschoftheid is afgeleid van 'onbeschoft', waarbij 'beschoft' verwijst naar het hebben van fatsoen of beschaving. Het voorvoegsel 'on-' geeft aan dat dit fatsoen ontbreekt.

Veelgestelde vragen over onbeschoftheid

Wat is de betekenis van onbeschoftheid?

onbeschoftheid betekent: grove, brutale, hinderlijke en beledigende handeling of uiting; een respectloze handeling

Welk woordgeslacht heeft onbeschoftheid?

onbeschoftheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van onbeschoftheid?

Synoniemen van onbeschoftheid zijn: brutaalheid, botheid, grofheid, lompheid, onbeschaamdheid.

Hoe gebruik je onbeschoftheid in een zin?

Voorbeeld: “Zo gewend zijn wij al aan de onbeschoftheid , de ongrondwettelijkheid, het onversneden racisme, de haat, de vuilspuiterij, dat we pas weer opveren als een buitenlandse verslaggever zich verwondert over de verlegde grenzen in het Nederlandse debat.Volkskrant Sheila Sitalsing 10 maart 2017

Etymologie

* afleiding van onbeschoft

Vertalingen

Engelsimpudence, impertinence, boldness
DuitsUnverschämtheit, Unverfrorenheit, Dreistigkeit