vuur
Wat is de betekenis van vuur?
vuur betekent: (scheikunde) het geheel van de licht- en warmteverschijnselen die zich voordoen wanneer iets verbrandt, d.w.z. een oxidatiereactie ondergaat
Betekenis
- (scheikunde) het geheel van de licht- en warmteverschijnselen die zich voordoen wanneer iets verbrandt, d.w.z. een oxidatiereactie ondergaat
- (figuurlijk), (militair) beschieting met vuurwapens
- (figuurlijk) enthousiasme, bezieldheid, hartstocht, passie
Voorbeelden van "vuur" in een zin
- De brandweer doofde het vuur met water en andere blusmiddelen.
- En ineens stonden ze voor een hol en zagen achterin de gloed van een vuur. Er was een lelijk oud wijf dat, zachtjes mompelend, in een pot boven het vuur stond te roeren.
- Er cirkelden een heleboel vliegen om de paarden heen dus ik zette mijn tent vijftig meter van het vuur op.
- Halverwege de oorlog deserteerden er iedere maand meer dan vijfduizend soldaten; sommige bleven gewoon ergens hangen tijdens de oneindig lange marsroutes, andere vluchtten zodra het vuur werd geopend. In mei 1864 — de maand waarin generaal Grant zijn opmars naar het zuiden begon en de maand van de Wildernis — waren er niet minder dan 5371 federale soldaten die het hazenpad kozen. Meer dan 170 verlieten iedere dag het strijdtoneel — zowel dienstplichtigen als vrijwilligers, ontmoedigd of vol heimwee, gedeprimeerd, verveeld, gedesillusioneerd, onbetaald of gewoonweg bang.{{Aut|Winchester, Simon
- Zo kwam de stad onder vuur te liggen.
Betekenis en uitleg van vuur
Vuur is een chemisch proces dat ontstaat wanneer brandbare materialen in contact komen met zuurstof en warmte. Het produceert licht en warmte en kan zowel nuttig als destructief zijn, afhankelijk van hoe het wordt beheerd.
Het woord 'vuur' wordt vaak gebruikt in verschillende contexten, zoals koken, verwarming en ceremonieën. In de natuur kan vuur ook uitbraken tijdens bosbranden, wat gevaarlijk kan zijn. Daarnaast heeft het ook een symbolische betekenis, zoals passie of enthousiasme, wat het gebruik van het woord veelzijdig maakt.
Voorbeelden
- We zaten gezellig rond het vuur en genoten van de sterrenhemel.
- Tijdens het kamperen moesten we zorgen dat het vuur niet uitging, zodat we onseten konden bereiden.
- Haar ogen straalden van vuur toen ze over haar dromen sprak.
Woordoorsprong
Het woord 'vuur' komt van het Oudnederlands 'fuir', dat verwant is aan het Engelse 'fire' en het Duitse 'Feuer'.
Veelgestelde vragen over vuur
Wat is de betekenis van vuur?
vuur betekent: (scheikunde) het geheel van de licht- en warmteverschijnselen die zich voordoen wanneer iets verbrandt, d.w.z. een oxidatiereactie ondergaat
Hoeveel betekenissen heeft vuur?
vuur heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft vuur?
vuur is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je vuur in een zin?
Voorbeeld: “De brandweer doofde het vuur met water en andere blusmiddelen.”
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands vuur, vier, uit Oudnederlands fūir, ontwikkeld uit Oergermaans *fōr (genitief *funiz), bij Indo-Europees *péh₂ur̥ (gen. ph₂un-ós), een r/n-stam waartoe ook Tochaars A por̄, B pūwar, Umbrisch pir, Oudgrieks pûr (πῦρ), Armeens hur ‘fakkel’, Tsjechisch vero. pýř ‘gloeiende as’ en Hittitisch paḫḫur (gen. paḫḫuenaš) behoren. Evenals Nederduits Füür, Duits Feuer en Fries fjoer.
Uitdrukkingen
- De kastanjes voor iemand uit het vuur halen — Iemand anders het gevaarlijke werk laten doen
- Die het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het best. — als je ergens vlak bij bent ,heb je daar vaak meer voordeel van dan wanneer dat niet het geval is
- Een ijzer in het vuur hebben — een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld
- Ergens/er de hand voor in het vuur [durven] steken — heel erg zeker weten dat iets zo is, iets overtuigend garanderen
- Geen rook zonder vuur. — bij iedere gebeurtenis hoort een oorzaak. Van de meeste geruchten is er altijd wel iets waar
- Iemand het vuur na aan de schenen leggen — streng ondervragen
- In vuur en vlam staan — hevig branden ofwel: gauw kwaad zijn of erg driftig zijn
- Met vuur spelen — met gevaarlijke dingen laks omgaan, gevaarlijke dingen doen