vuurspuwer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) artiest die vuur uit zijn mond laat komen, vaak ook iemand die brandende toortsen kan doven in zijn mondDe vuurspuwer geeft een zeer spectaculaire voorstelling met grote vlammen, maar het lijkt mij vooral een heel gevaarlijk vak vooral als je het nog moet leren.Armin, gekleed in een zilveren trainingsjasje staat als zonnekoning in wisselende decors van wervelende dansers, vuurspuwers en muzikanten, onder wie hiphopproducer en zanger Mr Probz en trompettist Eric Vloeimans. NRC Rolinde Hoorntje 9 mei 2016
Etymologie
* van vuurspuwen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek