waanzinnigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- psychotische aandoening gekenmerkt door waandenkbeelden
- grote onzin die zou passen bij het hebben van waandenkbeeldenHet doet je afvragen welke emoties een Europese titel wel niet te weeg moet brengen, als een treffer in de poulefase al zoveel waanzinnigheid losmaakt. Als Marco van Basten zijn doelpunt had gemaakt in de EK-finale van 2016, hoe hadden hij en zijn teamgenoten zich dan moeten gedragen? HP de Tijd RICK STET 18 JUN 2016 [https://www.hpdetijd.nl/2016-06-18/almaar-waanzinnigere-manier-vieren-en-goal/ De almaar waanzinnigere manier van het vieren van en goal]
Etymologie
* afleiding van waanzinnig
Vertalingen
Engelsidiocy, lunacy, madness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek