wachtgeld
onzijdig (het)/'wɑxtxɛlt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in Nederland de informele naam voor een toelage voor politici en bestuurders, die wordt uitgekeerd na al dan niet vrijwillig vertrek uit de functie, zoals door ontslag of na beëindiging van het (verkiezings-)mandaat, in afwachting van een andere functie, een baan of een pensioenAfgezwaaide Haagse politici hebben de afgelopen vijf jaar bijna 20 miljoen euro aan wachtgeld ontvangen. Dat blijkt uit gegevens van het ministerie van Binnenlandse Zaken, die EenVandaag kreeg na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB).de Telegraaf 23 jan. 2018In onze gemeente heeft het college vijf jaar lang gestreden tegen een ambtenaar (ex-wethouder) en zijn zoon. Van de 19 aanklachten werden ze op 1 punt, zogeheten computervredebreuk veroordeeld. Vijf jaar later maakte daar de Hoge Raad, ondanks dat de ambtenaar zich geen advocaat kon veroorloven, ook hier gehakt van. De burgemeester vetrok kort daarna naar een andere, grotere, stad en de twee verantwoordelijke wethouders stapten halverwege hun dienst op met wachtgeld. Een beter leven tegemoetde Telegraaf 18 jan. 2018
- in Vlaanderen de uitkering die minderjarige schoolverlaters in deeltijdse leersystemen krijgen in afwachting van een echte werkloosheidsuitkering
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek