wachtmeester

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) rang die gelijkwaardig is aan die van sergeant m.n. gebruikelijk bij de marechaussee
    De voormalige wachtmeester heeft toegegeven informatie te hebben gelekt, maar zei te hebben aangenomen een onschuldige vriendendienst te bewijzen en niet te weten dat de gegevens in handen van een drugsbende terecht kwamen. De rechtbank noemde die houding "naïef".de Telegraaf 28 sep. 2015
    In 146 gevallen bleek dat de betrokken marechaussee, wachtmeester of officier daadwerkelijk iets laakbaars had gedaan dat disciplinaire maatregelen of strafrechtelijke vervolging opleverde.de Telegraaf ROY KLOPPER 11 mei 2015

Etymologie

* In de betekenis van ‘onderofficier’ voor het eerst aangetroffen in 1556

Vertalingen

Engelssergeant major