wachtperiode
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijd dat men ergens op wacht op moet wachtenDit moest uiteraard een wachtperiode zijn, en intussen moest ik proberen me rustig neer te leggen bij ongeacht wat het lot voor me in petto had.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek