wandeltempo
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de snelheid waarmee men wandeltZijn wandeltempo ligt rond de 5 kilometer per uur. Op oneffen terrein, zoals op bospaden, is De Jong op zijn hoede. Dan ligt de snelheid lager. „Ik wil niet struikelen over boomwortels.”
- een snelheid die overeenkomt met die van een wandelaar (ongeveer 5 km/uur)Maar ze zei ooit over de marathon van New York: “Oh ja, maar die loop ik ook zo.” Daarmee doelde ze – fanatiek wandelaar – op de limiet die de organisatie heeft gesteld: binnen 8,5 uur moet je over de finish zijn. En dat haal je inderdaad met een gemiddeld wandeltempo ook nog prima.
- een langzame manier van bewegenEven leek Ajax op te leven, met een aantal doelpogingen tot gevolg, maar al snel vervolgde het duel in een wandeltempo.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek