wandkluis
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kluis die vastgemaakt zit aan een wand of in de wand is ingebouwdDe inbrekers kregen de wandkluis niet open en niet van de muur los.
Etymologie
* Samenstelling van wand en kluis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek