wannen
/ˈwɑnə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) graan zuiveren van kaf door het in de wind op te werpen of te laten vallenZij wannen het graan nog op ouderwetse wijze.
Etymologie
*van Middelnederlands; op te vatten als afgeleid van "wan"
Vertalingen
Engelswinnow
Fransvanner
Duitswindsichten, worfeln
Spaansaventar, apalear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek