want
/wɑnt/
Wat is de betekenis van want?
want betekent: (f)/(m): (kleding) handschoen waarbij alle vingers, behalve de duim in één ruimte zitten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (f)/(m): (kleding) handschoen waarbij alle vingers, behalve de duim in één ruimte zitten
- (n): (scheepvaart) de lijnen of staalkabels aan stuur- en bakboord, die een mast overeind houden (staand want), en het touwwerk om de zeilen te zetten (lopend want)
voegwoord
- geeft nevenschikkend een reden aan.
Voorbeelden van "want" in een zin
- De voor- en achterstag rekent men gewoonlijk niet tot het want.
- Opm.: ‘want’ kan niet aan het begin van de zin geplaatst worden.
- Ik wil een biertje, want ik heb dorst.
- Helaas was er geen tijd om te genieten van het prachtige uitzicht want we moesten zo snel mogelijk de berg af zien te komen: het weer zou zo weer kunnen omslaan.
Etymologie
*[3] Afgeleid van want (2.) op basis van gelijkenis
Uitdrukkingen
- van wanten weten
Vertalingen
Engelsmitten, shroud, rigging
Fransmoufle, hauban, cordages
DuitsFäustling, Gut, Want
Spaansmanopla, obenque, jarcia
Italiaansmuffola, sarta
Russischварежка, ванта, потому что
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek