want

/wɑnt/

Wat is de betekenis van want?

want betekent: (f)/(m): (kleding) handschoen waarbij alle vingers, behalve de duim in één ruimte zitten

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (f)/(m): (kleding) handschoen waarbij alle vingers, behalve de duim in één ruimte zitten
  2. scheepvaart (n): (scheepvaart) de lijnen of staalkabels aan stuur- en bakboord, die een mast overeind houden (staand want), en het touwwerk om de zeilen te zetten (lopend want)
voegwoord
  1. geeft nevenschikkend een reden aan.

Voorbeelden van "want" in een zin

  • De voor- en achterstag rekent men gewoonlijk niet tot het want.
  • Opm.: ‘want’ kan niet aan het begin van de zin geplaatst worden.
  • Ik wil een biertje, want ik heb dorst.
  • Helaas was er geen tijd om te genieten van het prachtige uitzicht want we moesten zo snel mogelijk de berg af zien te komen: het weer zou zo weer kunnen omslaan.

Betekenis en uitleg van want

Het woord 'want' gebruik je om een reden of verklaring te geven voor iets. Het verbindt twee zinnen of gedachten en laat zien waarom iets zo is, vaak met een gevoel van logica of noodzaak.

'Want' wordt vaak gebruikt in gesprekken om duidelijk te maken waarom je iets denkt of doet. Het kan ook een argument versterken, bijvoorbeeld in discussies of bij het geven van uitleg. De nuance van 'want' kan variëren afhankelijk van de context; soms klinkt het dwingend, terwijl het in andere gevallen vriendelijk en verhelderend kan zijn.

Voorbeelden

  • Ik neem de bus, want mijn auto is kapot.
  • Ze wil haar huis verkopen, want ze heeft een nieuw appartement gekocht.
  • Hij is vroeg naar bed gegaan, want hij moet morgen vroeg opstaan.

Woordoorsprong

Het woord 'want' is afgeleid van het Middelnederlandse 'wante', dat 'omdat' of 'want' betekent. Het heeft zijn oorsprong in de Germaanse talen.

Veelgestelde vragen over want

Wat is de betekenis van want?

want betekent: (f)/(m): (kleding) handschoen waarbij alle vingers, behalve de duim in één ruimte zitten

Hoeveel betekenissen heeft want?

want heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je want in een zin?

Voorbeeld: “De voor- en achterstag rekent men gewoonlijk niet tot het want.

Etymologie

*[3] Afgeleid van want (2.) op basis van gelijkenis

Uitdrukkingen

  • van wanten weten

Vertalingen

Engelsmitten, shroud, rigging
Fransmoufle, hauban, cordages
DuitsFäustling, Gut, Want
Spaansmanopla, obenque, jarcia
Italiaansmuffola, sarta
Russischварежка, ванта, потому что