wantaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɑntal/
Wat is de betekenis van wantaal?
wantaal betekent: (pejoratief) uitspraak of tekst met een of meer ernstige taalfouten of nodeloos gebruik van vreemde woorden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) uitspraak of tekst met een of meer ernstige taalfouten of nodeloos gebruik van vreemde woorden
- (juridisch) (verouderd) onjuiste formulering of verschrijving
- (verouderd) uitspraak of tekst met grove beledigingen
Voorbeelden van "wantaal" in een zin
- Hij is bijna dag en nacht met het Nederlands bezig en leest sinds twee jaar op verzoek van de regering zelfs de Troonrede na op wantaal. Hoofdschuddend: „Nederlanders zijn zo no[n]chalant met hun woorden. Iedere term uit het buitenland wordt met graagte omarmd. We doen nauwelijks moeite om een Nederlands alternatief te vinden. (…)"
- Ook voor andere wantaal dan de germanismen is hij streng.
- Er is zoveel uitgesproken wantaal, waar kennelijk niemand iets aan opvalt. Wat vindt u van het regelmatig in de kranten staande „Verkeer eist… levens", of „Ongeval eist leven".
- Na veel moeite slaagden de mannen er in, den „klimmer", die schold op het „kapitaal" en allerlei wantaal uitsloeg, te overmeesteren en te binden.
Etymologie
*van Middelnederlands "wantale",
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek