wantaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɑntal/

Wat is de betekenis van wantaal?

wantaal betekent: (pejoratief) uitspraak of tekst met een of meer ernstige taalfouten of nodeloos gebruik van vreemde woorden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) uitspraak of tekst met een of meer ernstige taalfouten of nodeloos gebruik van vreemde woorden
  2. juridisch, verouderd (juridisch) (verouderd) onjuiste formulering of verschrijving
  3. verouderd (verouderd) uitspraak of tekst met grove beledigingen

Voorbeelden van "wantaal" in een zin

  • Hij is bijna dag en nacht met het Nederlands bezig en leest sinds twee jaar op verzoek van de regering zelfs de Troonrede na op wantaal. Hoofdschuddend: „Nederlanders zijn zo no[n]chalant met hun woorden. Iedere term uit het buitenland wordt met graagte omarmd. We doen nauwelijks moeite om een Nederlands alternatief te vinden. (…)"
  • Ook voor andere wantaal dan de germanismen is hij streng.
  • Er is zoveel uitgesproken wantaal, waar kennelijk niemand iets aan opvalt. Wat vindt u van het regelmatig in de kranten staande „Verkeer eist… levens", of „Ongeval eist leven".
  • Na veel moeite slaagden de mannen er in, den „klimmer", die schold op het „kapitaal" en allerlei wantaal uitsloeg, te overmeesteren en te binden.

Etymologie

*van Middelnederlands "wantale",