warong

mannelijk (de)/ˈwarɔŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Nederlands-Indië) eenvoudige eettent of uitstalling met alledaagse koopwaar langs de weg
    De anderen gingen een warong binnen, die aan de kade stond, en aten wat zoetigheden in pisangblad gevouwen.
    In de Chinese wijk wordt op straat onnoemelijk veel gegeten en gedronken, de warongs zijn er talrijker dan elders. Zo'n warong is meestal een klein, onooglijk winkeltje, waar ongeveer van alles te krijgen is: natuurlijk gekookte rijst in de eerste plaats, dan gedroogde en gebakken vis, dèndèng (gedroogd vlees), sambals, koffie, vruchten, suikerwerk (Chinees fabrikaat), koekjes, sigaretten, strootjes, stukken kokosnoot, Spaanse peper, en altijd in grote hoeveelheden pisangs, verder flessen met gegiste palmwijn (toeak), van verre reeds kenbaar aan haar schreeuwend-oranjegele etiketten en allerlei soorten vruchtsiropen.
  2. verouderd (verouderd) plaats met stalletjes waar voedsel en alledaagse koopwaar worden verkocht

Etymologie

*van "warung" of "warung"