water

onzijdig (het)/ˈwatər/

Wat is de betekenis van water?

water betekent: vloeistof die zelf helder is, zonder geur of smaak, maar waar veel andere stoffen gemakkelijk in opgaan

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vloeistof die zelf helder is, zonder geur of smaak, maar waar veel andere stoffen gemakkelijk in opgaan
  2. drinken (drinken) gebruikt als drank
  3. scheikunde (scheikunde) vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
  4. meteorologie (meteorologie) regenwater; veel voorkomende neerslag
  5. (enkel in het meervoud) stuk zee dat aan (g)een bepaald land toebehoort
  6. geologie (geologie) natuurlijke bedding waarin zich water bevindt
  7. biologie (biologie) vloeistof in het lichaam (m.n. urine)
  8. doorzichtigheid of helderheid van een diamant
  9. golvende weerschijn van geweven stoffen
  10. effectenhandel (effectenhandel) obligatie zonder onderpand; leeg aandeel

Voorbeelden van "water" in een zin

  • Het water gaat er anders dan voorheen.
  • Gijs dacht dat het een storm in een glas water was en dus besloten we er niet te veel aandacht aan te geven.
  • Een mens kan geen dag overleven zonder water.
  • Er zou die dag namelijk pas na 32 kilometer water te vinden zijn, waardoor ik zeven liter water boven op mijn basisuitrusting mee moest sjouwen.
  • Vaak wordt water gebruikt als oplosmiddel.

Etymologie

*: ujë

Uitdrukkingen

  • bang zijn zich aan koud water te brandenoverdreven voorzichtig te werk gaan
  • boven water komenbovenkomen
  • Het water loopt hem in de mond.Hij heeft er heel veel trek in.
  • water naar de zee dragenonnodig werk verrichten
  • water bij de wijn doenmeer verdragen, toegeven, door de vingers zien
  • water en vuurgezworen vijanden
  • water zien brandenzeer verwonderd kijken
  • zij lijken op elkaar als twee druppels waterzij zijn niet te onderscheiden

Vertalingen

Duitsauftauchen