waterhoos
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verzameling van waterHet zeil schoot los en er kwam een waterhoos naar beneden van het regenwater dat erop lag.
- windhoos die water mee omhoog heeft gezogen.Volgens Weerplaza is een sterke waterhoos vanaf het water het land opgetrokken. Daardoor vlogen onder meer dakpannen in het rond en waaiden bomen om. Ter hoogte van Brouwershaven kwam een schip in de problemen, maar die kon "op eigen kracht" naar de haven varen, aldus de veiligheidsregio.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek