watermeloen

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈʋaːtərməˌlun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fruit, bloemplanten (fruit) (bloemplanten) (syn: Citrullus vulgaris) een eenjarige, eenhuizige plant uit de familie Cucurbitaceae met grote, grijs-groene gelobde bladeren. De bloemen zijn eenslachtig en geel tot wit van kleur. De vruchten, die afhankelijk van de soort kunnen variëren in gewicht van 1 tot 50 kg, bevatten vochtig, zoet vruchtvlees. In het vruchtvlees, dat meestal rood is, maar ook wit, roze, geel of oranje van kleur kan zijn, zitten de pitten. Het rode vruchtvlees bevat het hoogste gehalte lycopeen van alle rauw geconsumeerde vruchten (indien een tomaat gekookt wordt, bevat deze relatief meer lycopeen)

Vertalingen

Engelswatermelon
Franspastèque, melon d’eau
DuitsWassermelone
Spaanssandía
Italiaanscocomero
Portugeesmelancia
Russischарбуз обыкновенный
Chinees西瓜
Japansスイカ
Koreaans수박
Arabischبطيخ أحمر
Turkskarpuz
Poolskawon, arbuz zwyczajny
Zweedsvattenmelon
Deensvandmelon